Overzicht van de straten in Haren en haar Joodse bewoners in 1941

Dit overzicht is samengesteld aan de hand van de lijst die opgesteld werd door de gemeente Haren op 1 maart 1941.
Deze lijst bevat ook inwoners die door de bezetter als (gedeeltelijk) van ‘Joodschen bloede’ werden geregistreerd, maar bij wie als religie ‘geen’ stond. Zij worden hier niet genoemd.
Dilgtweg 2 – Louis van Geuns
Louis van Geuns (Groningen, 08-01-1875 – Haren, 10-01-1956) woonde op dit adres met zijn vrouw Frederika van Adelsbergen (Groningen, 14-01-1878 – Haren, 29-05-1963). Beiden overleefden de Shoah.
Dilgtweg 12 – Clara van der Rijn
Weduwe Clara van der Rijn (Groningen, 16-05-1896 – overlijden onbekend) was gehuwd met Leo Maurits van Essen (Dalfsen, 02-01-1889 – Groningen, 21-02-1936). Zij woonde op dit adres en overleefde de Shoah. Volgens een onderzoeklijst van Erik Schaap waarop 390 ontsnapten uit Westerbork voorkomen, zou zij op 1 april 1944 uit Westenbork ontsnapt zijn.
Dilgtweg 16 – Arnold van Dam
Confectiefabrikant Arnold van Dam (Groningen, 16 februari 1886 – Haren, 21 juni 1950) woonde op dit adres met zijn vrouw Rosa Johanna Serphos (Enschede, 18 augustus 1893 – Haren, 19 augustus 1965) en hun zoons George Arnold en Hugo Hans van Dam.
Dit gezin komt hier voor in de stamboom van de beheerder
Oosterweg 81 – Isaäc Barentz
Hier woonde het echtpaar Isaäc Barentz (Amsterdam, 13 december 1890 – Auschwitz, 15 augustus 1942) en Bella de Jong (Groningen, 6 april 1897 – Sobibor, 16 april 1943). Isaäc was kunstschilder en genoot vooral bekendheid als portretschilder. Tijdens de oorlog werden zij gedeporteerd. Isaäc werd in Auschwitz vermoord, Bella enkele maanden later in Sobibor.
Poorthofsweg 4 – Philip Zadoks
Op dit adres woonde elektrotechnicus Philip Zadoks (Dordrecht, 3 november 1901 – Extern kommando Wüstegiersdorf, 20 april 1945) met zijn partner en kind. Tijdens de oorlog werd Philip gedeporteerd. Hij overleed kort voor de bevrijding in het buitenkamp Wüstegiersdorf. Zijn partner en kind overleefden de oorlog.
Poorthofsweg 26 – Leon van der Lijn
Hier woonde het gezin van winkelchef Leon van der Lijn (Amsterdam, 13 januari 1906 – Auschwitz, 8 februari 1944) en zijn vrouw Line Charlotte Leonie Lorjé (Utrecht, 28-04-1911 – Auschwitz, 8 februari 1944) met hun drie jonge kinderen. Bij hen woonde ook Ruth Marion Weile, (Magdeburg, 25 juni 1928 – Auschwitz, 10 september 1943) een Joods vluchtelingenmeisje uit Duitsland. Geen van hen overleefde de Shoah.
Rijksstraatweg 20 – Salomon Kottek
Hier woonde in 1941 het gezin van arts Salomon Kottek (Bad Homburg, 23 juni 1894 – Tröbitz, 30 mei 1945) en zijn vrouw Anneliese Loeb (Den Haag, 4 juni 1909 – Tröbitz, 2 mei 1945), samen met hun dochter Ruth. In het najaar van 1941 werd hun woning door de Duitsers gevorderd en verhuisde het gezin naar Emmalaan 22 in Haren, vanwaar zij in 1942 werden weggevoerd.
Salomon en Anneliese overleden kort na de bevrijding in Tröbitz aan de gevolgen van de ontberingen die zij tijdens hun gevangenschap hadden doorstaan. Ruth overleefde de oorlog.
Rijksstraatweg 33 – Mietje de Haas
Mietje de Haas (Rotterdam, 25 mei 1891 – Amsterdam, 23 oktober 1972) stond geregistreerd als Israëliet en werkte als cheffin in een modezaak. Zij was gemengd gehuwd en woonde hier met haar zoon Gradus Johannes Hofstee (Rotterdam, 24 juni 1924).
Rijksstraatweg 190 – Salomon David Nathans
Hier woonde het gezin van manufacturenhandelaar Salomon David Nathans (Haren, 24 februari 1889 – Auschwitz, 30 september 1942) en zijn vrouw Rosa Rosenbaum (Peize, 17 april 1891 – Auschwitz, 11 december 1942). Ook hun zoons Simon (Haren, 1 mei 1921 – Auschwitz, 30 september 1942) en Ephraïm (Haren, 9 december 1922 – Auschwitz, 30 september 1942) woonden nog thuis en waren werkzaam in de manufacturenhandel. Het gehele gezin werd tijdens de Shoah vermoord.
Rijksstraatweg 257 – Simon Heiman Cohen
Op dit adres woonde koopman Simon Heiman Cohen (Groningen, 1 maart 1888 – Auschwitz, 17 september 1943) met zijn vrouw Amalia Hemelrijk . Simon werd tijdens de oorlog gedeporteerd en in Auschwitz vermoord. Amalia wist de oorlog te overleven en overleed pas vele jaren later (Winterswijk, 1 juni 1889 – Amersfoort, 25 augustus 1986).
Rijksstraatweg 286 – Clara van Coevorden
Hoewel haar ouders aan de Ruiterstraat 7A in Groningen woonden, verbleef de blinde Clara van Coevorden (Groningen, 26 oktober 1930 – Sobibor, 16 april 1943) vanaf 1936 als interne leerling in het Blindeninstituut aan de Rijksstraatweg 286 in Haren. Na een kort verblijf bij haar ouders in het najaar van 1941 keerde zij terug naar het instituut. Omdat zij blind was, bleef zij na de grote razzia van november 1942 aanvankelijk buiten schot. In april 1943 werd zij alsnog via Kamp Westerbork naar Sobibor gedeporteerd, waar zij kort na aankomst werd vermoord. Voor zover bekend was Clara van Coevorden de enige Joodse leerling van het Blindeninstituut in Haren die tijdens de Shoah werd gedeporteerd.
Waterhuizerweg 26 – Hermann Wolff
Hier woonde het gezin van koopman Hermann Wolff (Aurich, 29 oktober 1893 – Buchenwald, 27 januari 1945) en Janette Wolff-Wolff (Grossefehn, 18 juli 1899 – plaats en datum overlijden onbekend) met hun vijf zoons. De familie was vanuit Duitsland naar Haren gekomen. Tijdens de oorlog werd het gezin gedeporteerd. Hermann overleed in concentratiekamp Buchenwald, terwijl zijn zoons Adolf, Siegbert, Werner, Louis en Ewald de oorlog eveneens niet overleefden. Janette werd een week later dan haar man en drie oudste zoons naar Auschwitz gedeporteerd, samen met de dertienjarige Ewald en de vijftienjarige Louis. De beide jongens werden direct na aankomst vermoord. Over het lot van Janette bestaat geen volledige zekerheid; zij wordt als vermist beschouwd en is vermoedelijk eveneens kort na aankomst in Auschwitz omgebracht.
Westerse Drift 35a – Herman Slomper
Hier woonde woonde het gezin van Herman Slomper (Amsterdam, 17 december 1908 – Auschwitz, 30 september 1942) en Elisabeth Mok (Amsterdam, 13 maart 1912 – Auschwitz, 12 februari 1943) met hun kinderen Betty en Marcel. Het gezin verhuisde op 6 mei 1940, slechts enkele dagen vóór de Duitse inval, vanuit Groningen naar Haren. Herman werkte als handelsreiziger en afdelingschef. In juli 1942 behoorde hij tot de eerste groep Joodse mannen uit Haren die via Westerbork naar Auschwitz werd gedeporteerd. Enkele maanden later volgden zijn vrouw en beide jonge kinderen. Geen van hen overleefde de Shoah.
Westerse Drift 78 – Bernard Herman Blankenstein
Bernard Herman van Blankenstein (Rotterdam, 17 maart 1890 – Groningen, 24 december 1945) woonde hier met zijn vrouw Frieda Philipstein (Groningen, 10 november 1888 – overlijden onbekend) en hun kinderen Tobias en Theodora Elisa. Bernard was verffabrikant en mede-eigenaar van verffabriek Kranenburg in Groningen. Tobias werkte als verftechnicus. Het gezin wist de Shoah te overleven door onder te duiken. (Door latere hernummering van deze straat kan dit pand tegenwoordig een andere nummering hebben).
Wilhelminalaan 9 – Familie Elias Blocq
Tijdens de Duitse bezetting werd deze straat tijdelijk Willem de Zwijgerlaan genoemd.
Op dit adres woonde het gezin van handelsreiziger Elias (“Eddy”) Blocq (Amsterdam, 22-10-1908 – Auschwitz, 30-9-1942) en Greta Stork (Amsterdam, 25-01-1906 – Sobibor, 11-06-1943) met hun zoons Benjamin en Salomon. Het gezin verhuisde enkele dagen vóór de Duitse inval vanuit Groningen naar Haren. Eddy en zijn zoon Benny voetbalden bij Be Quick, waar Eddy tevens keeper en jeugdtrainer was en bekendstond als een geliefde verschijning onder de buurtkinderen. Tijdens de oorlog werd het gezin gedeporteerd. Eddy werd vermoord in Auschwitz; Greta en de beide jongens kwamen samen om in Sobibor.
Bronnen:
Alderik Visser – blog
Arolsen Archives
Joods Monument
Mei tot Mei
Old Go – Historische Vereniging Old Go
Illustraties:
Beeldbank Groningen
Delpher
Nieuwe Provinciale Groninger Courant
Gepubliceerd:
13-08-2026
