Slagerij Gosschalk

B. Gosschalk

Op 25 maart 1892 krijgt Bernardus Gosschalk (1867–1939) vergunning om in het perceel, kadastraal bekend als F 231, een slachterij te vestigen. Een van de voorwaarden is dat de zaak uiterlijk 15 mei van dat jaar in gebruik moet zijn. Het pand staat op de hoek met de Folkingedwarsstraat. In 1899 wordt het pand omgenummerd naar Folkingestraat 18. Na een gemeentelijke hernummering in 1909 krijgt het adres de huidige nummering: Folkingestraat 33.

Omnummeringsregister Groningen 1899

Zodra registratie in het Handelsregister verplicht wordt, schrijft Gosschalk zijn onderneming in onder de naam B. Gosschalk, slagerij. Bernardus is de zoon van Joseph Gosschalk (1825-1913) en Saartje de Vrede (1830-1888).

De slagerij haalt enkele keren de krant met kleine berichten. Op 10 juli 1907 verloor een slagersknecht een portemonnee met daarin ongeveer f. 57 à f. 58. Via een advertentie deed Gosschalk een oproep aan de vinder om deze terug te bezorgen.

Op 23 november 1933 meldt de krant Ons Noorden dat er een klein schoorsteenbrandje heeft plaatsgevonden in het pand. Er wordt verder geen informatie gegeven, vermoedelijk omdat de schade beperkt was.

In 1927 vindt een verbouwing plaats onder architectuur van de heer Feberwee. Op 12 april van datzelfde jaar wordt de gemoderniseerde winkel feestelijk heropend. Na de verbouwing wordt in advertenties nadrukkelijk melding gemaakt van de verkoop van fijne vleeswaren.

Hartog Gosschalk

Al eerder, op 1 juli 1926, heeft zoon Hartog Gosschalk zijn eigen onderneming onder de naam H. Gosschalk laten registreren, eveneens gevestigd aan de Folkingestraat 33. Daarmee bestaan vanaf juni 1928 twee afzonderlijke ondernemingen op hetzelfde adres: Bernardus als grossier in geslacht vlees en Hartog als slager.

De situatie rond 1926-1931

De situatie rond de slagerij wordt in deze periode complexer. Rond Pesach 1930 adverteert Bernardus dat de winkel onder toezicht van het Rabbinaat staat, waarmee wordt aangegeven dat er koosjer vlees en vleeswaren verkrijgbaar zijn. In deze advertentie gebruikt hij de bedrijfsnaam B. Gosschalk & Zonen, waarmee vrijwel zeker zijn zonen Hartog (1893–1943) en Jozef (1894–1943) worden bedoeld.

Volgens latere herinneringen was de slagerij de eerste in de Folkingestraat met een etalage waarin het vlees onder een glasplaat werd uitgestald, zodat er geen stof bij kon komen. De zaak stond bovendien bekend als een van de beste koosjere slagerijen van Groningen.

In 1931 verschijnt opnieuw een advertentie waarin het rabbinale toezicht wordt vermeld, nu onder de naam B. Gosschalk & Zoon. Daarmee wordt vrijwel zeker Hartog bedoeld. Jozef had zich inmiddels op een ander adres gevestigd als grossier in vee.

Nieuwe Winkelsluitingswet

In 1933 treedt een nieuwe Winkelsluitingswet in werking. Ook de slagerij moet zich aanpassen en sluit voortaan op zondag om 14.00 uur in plaats van om 18.00 uur. In de advertentie waarmee de winkeliers in de Folkingestraat de gewijzigde openingstijden bekendmaken, wordt echter uitsluitend de naam B. Gosschalk gebruikt. Dat wijkt af van de situatie in het Handelsregister: Bernardus staat daar sinds 1928 ingeschreven als grossier in geslacht vlees, terwijl Hartog sinds 1926 een eigen slagersbedrijf op hetzelfde adres voert.

Hoewel de onderneming B. Gosschalk al per 1 mei 1937 was beëindigd en Bernardus twee jaar later overleed, werd het bedrijf op 3 maart 1943 alsnog door de Duitse bezettingsautoriteiten via de Omnia Treuhandgesellschaft m.b.h. in Arnhem formeel “overgenomen” met het oog op liquidatie. Vermoedelijk gebeurde dit uitsluitend administratief, omdat de onderneming op dat moment feitelijk niet meer actief was.

H. Gosschalk

Zoals eerder vermeld, heeft Hartog Gosschalk op 1 juli 1926 een eigen onderneming geregistreerd als rund-, kalf- en schapenslagerij. De eerste advertentie die onder deze naam is teruggevonden, dateert van 17 november 1933.Met ingang van 3 september 1938 wordt de bedrijfsomschrijving in het Handelsregister uitgebreid tot rund-, kalfs- en schapenslager annex fijne vleeschwaren en eetsalon.

Einde van slagerij Gosschalk

Op 11 mei 1943 wordt de slagerij door de Omnia Treuhandgesellschaft m.b.h. in Arnhem geconfisqueerd. Daarmee komt een einde aan het familiebedrijf dat sinds 1892 aan de Folkingestraat was gevestigd. Op 2 december 1943 wordt de onderneming administratief definitief opgeheven.


Bronnen:
Literatuur: Lies Ast-Boiten en Gerben Zaagsma – De Folkingestraat. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Groningen blz. 37
Delpher
Groninger Archieven

Illustraties:
Gronings Dagblad
Nieuwe Groninger Courant
Nieuwsblad van het Noorden
Omnummeringsregister gemeente Groningen
Staatscourant / Provinciaal Blad met de verleende Hinderwetvergunning (1892)

Gepubliceerd:
11-07-2026